Verscholen in Polen ligt Kreskol, goed afgeschermd van de buitenwereld. De enige bezoekers zijn de jaarlijks terugkerende zigeuners die wat handel drijven. Verder is het stadje volledig zelfvoorzienend. Maar ook volledig onwetend over wat zich in de rest van de wereld afspeelt.
Er wonen zo'n 2000 Joden in Kreskol. De stad wordt geleid door rabbijn Sokolow en rabbijn Katznelson en het beet dien (de rabbinale rechtbank). Pesje Rosenthal wordt uitgehuwelijkt aan Jisjmoël Lindauer, een huwelijk dat niet lang stand houdt. Pesje loopt weg, zelfs uit de stad, maar ook Jisjmoël is ineens onvindbaar. Stadgenoten vrezen een moordpartij, echter is er al in geen 111 jaar nog een moord gepleegd.
Er wordt besloten dat Jankl Lewinkopf, wees en bakkersknecht, te paard naar Smolskie moet rijden om hulp te halen. Toevallig komen net de zigeuners langs en zij beloven dat ze Jankl veilig zullen afleveren in Smolskie. Onderweg komen ze het normale verkeer tegen, alleen had Jankl nog nooit een auto gezien. Als de zigeuners hem afzetten in het stadje, geven ze hem hun telefoonnummer. Hij heeft geen idee wat het is. Alle mensen die hij tegenkomt zijn gojim (niet-Joods).
Hij herinnert zich zijn opdracht en gaat op zoek naar een politiebureau. Alleen spreken ze daar allemaal Pools en zijn kennis van die taal is minimaal. Niemand spreekt Jiddisch, niemand snapt zijn vragen. Mensen snappen hem niet, hij snapt de mensen niet en hij wordt bang van ze. Zo komt hij al rennend onder een BMW terecht en in het ziekenhuis. Daar belandt hij op de afdeling psychiatrie, nadat men de perkamentrol die hij vanuit Kreskol had meegenomen had gelezen. Die man is gek. Jankl beantwoordt alle vragen, ook waar hij vandaan komt: Kreskol.
Er bestaat geen plaats die Kreskol heet. En weet hij wie Pol Pot is, of Stalin, Churchill dan? Kent hij Trump? De psychologen staan voor een raadsel. Uiteindelijk vertellen ze hem voorzichtig over de Tweede Wereldoorlog.
Drie maanden later komt er een 'zegewagen' het stadje binnenvliegen. Uit de helikopter stapt een man met witte baard, maar ook Jankl. De jongeren uit het stadje noemen de man met baard de Messias, maar Jankl verstoort die droom. Hoe had Kreskol de Messias kunnen missen? Het einde der tijden was wel degelijk al geweest, er waren gruwelijke rampen geweest die de hele wereld vernietigd hadden. Jankl legt uit dat Duitsland de oorlog begonnen was met het doel om ieder Jood in Europa te vernietigen. Die oorlog was bijna succesvol geëindigd, alle sjtetls in Polen zijn vernietigd... op Kreskol na.
De man met baard blijkt een ambtenaar uit Smolskie te zijn, Kreskol bestaat dus echt. Ook journalisten landen nu in het stadje. Jankl wil wel weer weg en besluit met twee journalisten in een helikoper Kreskol te verlaten. Hij raakt bevriend met één van de journalisten en trekt bij hem in. Deze man neemt hem mee naar een bordeel... waar hij Pesje tegenkomt.
Pesje en Jankl zien elkaar wel zitten, maar daar is de hoerenmadam het niet mee eens. Pesje wordt naar een andere stad overgebracht en Jankl gaat op zoek. Vele hoofdstukken later (die allemaal heel vermakelijk zijn om te lezen) komt hij, tegenover het huis waar hij Pesje vermoedt, ineens Jisjmoël tegen in een café. Hij vraagt zich af wat die daar doet en volgt hem. Jisjmoël steekt het bordeel in de fik en Jankl weet nog net op tijd iedereen te waarschuwen.
Intussen stond Kreskol even op de kaart van Polen, maar door gekonkel verdwijnt het net zo hard weer de vergetelheid in.
Het boek staat vol met Jiddische woorden, het scheelt als je er een paar kent. Het is met veel humor geschreven. Een kritische blik op hoe snel de modernisering heeft plaatsgevonden. Leuk om te vergelijken met de huidige tijd (AI is eng, o ja? weet je wát pas eng is?).
