donderdag 7 mei 2026

Hondsdol door Ineke Bouwer

 Dol op honden, of hondsdol? In deze pakkende debuutthriller liggen beide naast elkaar. 


Ik moest er even inkomen, maar toen pakte het verhaal me volledig in. Er zijn twee verhaallijnen: de man die zich aan alle kanten tekortgedaan voelt en de vrouw die een behoorlijk laag zelfbeeld heeft. 

Het verhaal van de man is cursief gedrukt, ergens maakt dit hem herkenbaar, maar het is niet echt nodig. Zijn verhaal is duidelijk anders. Hij voelt zich in de steek gelaten. Op school was hij al anders dan de anderen. Als zijn moeder dan ook nog verslaafd raakt aan de drank - inclusief losse handjes - is het voor hem duidelijk: alleen zijn vader staat aan zijn kant. Helaas maakt die een einde aan zijn leven. Dit tekent de man aan alle kanten, het is zijn drijfveer om te doen wat hij doet.

Tessa is de vrouwelijke hoofdpersoon. Ze is per ongeluk in het showwereldje van de honden terecht gekomen. Ze geniet er vooral van omdat ze al redelijk snel een autoriteit op het gebied van hondenverzorging is. Daarnaast is het voor haar een wereld om haar netwerk uit te breiden.

De honden lopen door het hele boek heen. Sommige overleven het niet (leverworst is dodelijk, een kogel ook). Andere dartelen vrolijk rond. 

De man voelt zich dus miskend. Als eerste moet zijn moeder (die hem slechts geadopteerd heeft) het ontgelden. Dan ontdekt hij wie zijn echte moeder is, verwacht van haar een warm ontvangst, maar komt van de koude kermis thuis. Dan moet zij ook maar van het toneel verdwijnen. 

Tessa is toevallig getuige van de kus die de man uitwisselt met een van de meest gehate hondenfokkers. Ze is verbaasd, maakt een paar foto's vanuit het portiek van een pub, maar besluit dan toch deze foto's weg te gooien. Als blijkt dat deze vrouw vermist wordt, beseft ze dat zij waarschijnlijk de laatste is die haar levend gezien heeft. Ze helpt de politie met een compositietekening.

En dan wordt het boek ineens aantrekkelijk. De spanning wordt opgebouwd, afgewisseld met enkele vleugjes romantiek - wat het thrillergedeelte alleen maar versterkt.

De ontknoping is perfect gevonden (al moet ik toegeven dat ik redelijk snel doorhad wie de dader was).

Het boek wist me te boeien, dusdanig dat ik er m'n nachtrust voor opofferde.

woensdag 25 maart 2026

Lázár - Nelio Biedermann

Met enorm veel dank aan de Club van Echte Lezers mocht ik het exclusief ongecorrigeerde vooruitexemplaar van het boek Lázár lezen.


De omslag doet al vermoeden dat dit een rijk boek gaat zijn. 

Een zeer bijzondere roman, niet alleen weet Nelio Biedermann het totale leven van Lajos van Lázár prachtig weer te geven, hij doet dit ook nog eens met de meest mooie zinnen. Soms lijkt het alsof je een stuk poëzie leest, maar dan in boekvorm. 

Een bijzondere plek in het boek krijgt hoofdstuk 13. Eén hoofdstuk, één alinea, één zin - van 2 pagina's lang en het verveelt geen seconde.

Mensen worden dusdanig getypeerd dat je meteen een gezicht voor je hebt: 'Deze vrouw was zoiets als een leeftijdloze heks die de taal van de Romeinen vermoedelijk beheerste omdat ze zelf dat tijdperk had meegemaakt.'

Buitenechtelijke relaties worden beschreven alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Het is maar goed dat het boek ingedeeld is in fasen zodat je nog een klein beetje weet in welk jaartal je je ongeveer bevindt. Lajos trouwt met Lilly en ze krijgen een zoon István, die Pista genoemd wordt. Binnen één hoofdstuk wordt hij geboren en groeit hij op tot een jongen die met schaduwen praat. En toch leest dit heel natuurlijk. Enkele jaren later wordt Eva geboren.

Het sterfproces van Lajos' ouders wordt nauwkeurig beschreven, later wordt er op een aparte manier op teruggekeken: Mária von Lázár pleegde zelfmoord door verdrinking, zijn vader Sándor dronk teveel, viel van de trap en stierf aan een schedelbasisfractuur.

Als Pista naar de middelbare school gaat wordt hij verliefd op Matilda. Dit begint volkomen onschuldig met briefjes over en weer. Maar op een dag brengt hij haar hoffelijk thuis. Helaas keek haar moeder uit het raam. Matilda hoorde 'het rinkelen van de ijsblokjes in de keel van haar moeder' niet, maar ze kreeg wel meteen huisarrest. Dora, de huishoudster, haalt haar op van school. Er is geen kans meer dat ze elkaar treffen. Totdat Dora over haar hart strijkt en het stel enkele minuten respijt geeft.

De oorlog breekt uit, Lajos is 27 jaar oud. Hij wordt opgeroepen. Pista had maling aan alles wat met grens en oorlog te maken had, als hij Matilda maar weer kon zien. Het gezin reist, zoals alle aristocraten in die tijd, tussen het kasteel en het zomerverblijf. Alleen nu blijven ze in de stad. Lilly trekt op een gegeven moment met de kinderen naar het boskasteel. Daar neemt een benedictijn zijn intrek, in feite duikt hij onder in het boskasteel. Maar hij heeft genoeg vrijheid om in het bos rond te lopen.

De meeste hoofdstukken hebben lange alinea's, daarom valt hoofdstuk 33 meteen op. Korte alinea's, soms maar één zin: Lajos hield zich bezig met organisatorische zaken. En zo wordt een groot deel van de Tweede Wereldoorlog op 3 pagina's weergegeven. 

Als de oorlog voorbij is, haar Pista op zoek naar Matilda. Na lange omzwervingen door de stad treft hij Dora. Ze vertelt hem dat de familie is neergeschoten. 

In 1948 nemen de communisten de macht over in Hongarije. Het boskasteel wordt onteigend. Alle landerijen (en dus inkomsten) komen aan de staat. Alles moesten ze achterlaten, ze kregen een uur om het hoognodige te pakken. Juwelen moesten achterblijven. Lajos slikt de zegelring in.

In de nazomer van 1953 mocht de adel terugkeren naar de stad. Door de onteigening is er echter geen huis om naar terug te keren, de familie Lázár huurt een woning die nog te klein is om als woning aangemerkt te worden. Pista slaapt in de keuken, Eva op een slaapbank in de tussenkamer. Lajos wordt steeds herinnerd aan zijn daden tijdens de Tweede Wereldoorlog en dit maakt hem depressief. Lilly trekt hem er doorheen. 

Pista debatteert met de andere jongeren in De Kelder. Eva luistert toe. Hij wordt opgeroepen voor dienst. Omdat hij van adel is moet hij in de mijnen werken. Daar ontmoet hij Ákos. Hij neemt hem mee naar de bijeenkomsten. Op een avond neemt Ákos Eva mee naar zijn kamer. Hij verkracht haar. Eva komt haar slaapbank niet meer af. Ze kijkt naar het schilderij van Maria en constateert dat zij met haar 'leugen over het goddelijke kind' de gevolgen van een verkrachting had verdoezeld.

Uiteindelijk besluit Pista samen met Eva te vluchten naar Zwitserland. Janos en Lilly blijven achter. 'Voor dat soort dingen zijn wij te oud'.

Ik hoop van ganser harte dat Nelio Biedermann het schrijven niet opgeeft. Dit boek leest zoals geen enkel boek me ooit getroffen heeft. 






zaterdag 3 januari 2026

In Polen lag een sjtetl door Max Gross

 


Verscholen in Polen ligt Kreskol, goed afgeschermd van de buitenwereld. De enige bezoekers zijn de jaarlijks terugkerende zigeuners die wat handel drijven. Verder is het stadje volledig zelfvoorzienend. Maar ook volledig onwetend over wat zich in de rest van de wereld afspeelt.

Er wonen zo'n 2000 Joden in Kreskol. De stad wordt geleid door rabbijn Sokolow en rabbijn Katznelson en het beet dien (de rabbinale rechtbank). Pesje Rosenthal wordt uitgehuwelijkt aan Jisjmoël Lindauer, een huwelijk dat niet lang stand houdt. Pesje loopt weg, zelfs uit de stad, maar ook Jisjmoël is ineens onvindbaar. Stadgenoten vrezen een moordpartij, echter is er al in geen 111 jaar nog een moord gepleegd.

Er wordt besloten dat Jankl Lewinkopf, wees en bakkersknecht, te paard naar Smolskie moet rijden om hulp te halen. Toevallig komen net de zigeuners langs en zij beloven dat ze Jankl veilig zullen afleveren in Smolskie. Onderweg komen ze het normale verkeer tegen, alleen had Jankl nog nooit een auto gezien. Als de zigeuners hem afzetten in het stadje, geven ze hem hun telefoonnummer. Hij heeft geen idee wat het is. Alle mensen die hij tegenkomt zijn gojim (niet-Joods). 

Hij herinnert zich zijn opdracht en gaat op zoek naar een politiebureau. Alleen spreken ze daar allemaal Pools en zijn kennis van die taal is minimaal. Niemand spreekt Jiddisch, niemand snapt zijn vragen. Mensen snappen hem niet, hij snapt de mensen niet en hij wordt bang van ze. Zo komt hij al rennend onder een BMW terecht en in het ziekenhuis. Daar belandt hij op de afdeling psychiatrie, nadat men de perkamentrol die hij vanuit Kreskol had meegenomen had gelezen. Die man is gek. Jankl beantwoordt alle vragen, ook waar hij vandaan komt: Kreskol. 

Er bestaat geen plaats die Kreskol heet. En weet hij wie Pol Pot is, of Stalin, Churchill dan? Kent hij Trump? De psychologen staan voor een raadsel. Uiteindelijk vertellen ze hem voorzichtig over de Tweede Wereldoorlog. 

Drie maanden later komt er een 'zegewagen' het stadje binnenvliegen. Uit de helikopter stapt een man met witte baard, maar ook Jankl. De jongeren uit het stadje noemen de man met baard de Messias, maar Jankl verstoort die droom. Hoe had Kreskol de Messias kunnen missen? Het einde der tijden was wel degelijk al geweest, er waren gruwelijke rampen geweest die de hele wereld vernietigd hadden. Jankl legt uit dat Duitsland de oorlog begonnen was met het doel om ieder Jood in Europa te vernietigen. Die oorlog was bijna succesvol geëindigd, alle sjtetls in Polen zijn vernietigd... op Kreskol na.

De man met baard blijkt een ambtenaar uit Smolskie te zijn, Kreskol bestaat dus echt. Ook journalisten landen nu in het stadje. Jankl wil wel weer weg en besluit met twee journalisten in een helikoper Kreskol te verlaten. Hij raakt bevriend met één van de journalisten en trekt bij hem in. Deze man neemt hem mee naar een bordeel... waar hij Pesje tegenkomt. 

Pesje en Jankl zien elkaar wel zitten, maar daar is de hoerenmadam het niet mee eens. Pesje wordt naar een andere stad overgebracht en Jankl gaat op zoek. Vele hoofdstukken later (die allemaal heel vermakelijk zijn om te lezen) komt hij, tegenover het huis waar hij Pesje vermoedt, ineens Jisjmoël tegen in een café. Hij vraagt zich af wat die daar doet en volgt hem. Jisjmoël steekt het bordeel in de fik en Jankl weet nog net op tijd iedereen te waarschuwen. 

Intussen stond Kreskol even op de kaart van Polen, maar door gekonkel verdwijnt het net zo hard weer de vergetelheid in.

Het boek staat vol met Jiddische woorden, het scheelt als je er een paar kent. Het is met veel humor geschreven. Een kritische blik op hoe snel de modernisering heeft plaatsgevonden. Leuk om te vergelijken met de huidige tijd (AI is eng, o ja? weet je wát pas eng is?).