zondag 28 juni 2026

Mayim door Mayim Kolder en Marcel Kolder

Mayim
levend water, zo heet ik, zo ben ik



Wat een bijzondere autobiografische roman. Een roman die afrekent met 'ik ben zielig want ik zit in een rolstoel'. Of met 'ik ben achterlijk, want ik ben spastisch'. 

Mayim laat al vroeg van haar horen, zelfs nog voordat ze geboren wordt. Ze treft het: haar ouders laten zich niet omver praten, ze laten Mayim weten dat ze welkom is, op ieder uur, iedere seconde van de dag.

Mayim vertelt haar verhaal met enorm veel humor. Enige zelfspot is haar niet vreemd. Ze geeft een inkijkje in haar leven waar menigeen nog wat van kan leren. En ze stelt vragen. Zoals die keer dat ze in Venetië waren en ze zich afvraagt of er in de Middeleeuwen geen gehandicapten waren. Al die trappen!

Dit soort vragen zijn leuk, ik ga zoeken, In de Middeleeuwen hadden de trappen in Venetië nog geen treden. Dat zou te onhandig geweest zijn voor de vele karren. Gehandicapten werden vaak gedragen op de rug van een familielid. 

Regelmatig trekt Mayim je mee de natuur in. Welke invloed heeft een boom voor je huis? Niet alleen de schaduw, maar ook de rust. 

Ze geeft ook diverse inkijkjes in de bureaucratie van regeltjes, en het al dan niet opvolgen van diezelfde regeltjes. Waar loop (sorry, rijd) je allemaal wel niet tegenop als je met een handicap door het leven gaat. 

Uit het hele boek straalt een diep respect voor haar ouders Michelle en Marcel, en haar broer Machiel. Zij helpen haar op weg en door de nacht. Het is toch niet voor te stellen dat je niet zelfstandig kunt keren van de ene op de andere zij?

Cultuur, architectuur, aandacht voor anderen... dank je wel voor jouw inkijkje in je eigen leven, Mayim.

Maar waar blijft de auteur Marcel Kolder dan? Mayim kan uitstekend voor zichzelf spreken, maar het opschrijven duurt wat langer. Chapeau hoe Marcel zelfs de grapjes over hemzelf gewoon weergeeft.

dinsdag 16 juni 2026

Danswoede door Vincent Merjenberg

 

Een roman die door je hoofd danst, je wilt even afstand nemen, maar de dans gaat door.

Meermaals besloot ik dat ik het boek even weg moest leggen, maar evenzo vaak las ik weer verder. Voor mij is dit een geniale roman. Het is het verhaal van Elias, steeds door hemzelf verteld, maar Elias is niet altijd dezelfde. Hij is een gespleten persoonlijkheid die naar zichzelf kan kijken alsof hij een ander is.

Elias groeit op met alleen zijn moeder. Wie zijn vader is, kun je uiteindelijk misschien raden. Het is maar de vraag of dat waar is, zoals zoveel in dit boek.

Zijn moeder vertelt hem al op jonge leeftijd dat hij het in zich heeft om te worden zoals zijn grootvader. En dat is precies wat Elias niet wil. Hij leest een boek van professor Encke en zoekt hem op. Hier ontstaat een bijzondere band. De professor nodigt hem bij hem thuis uit, het eerste van vele bezoeken die zullen volgen.

Danswoede, zoals dit in de middeleeuwen bestond, is de leidraad door het hele boek. Dansen tot je er dood bij neervalt. Het is de waanzin waarmee Elias zijn eigen verhaal gaat schrijven, aangespoord door Encke.

Elias is onder de indruk van Amon Encke en zijn vrouw Ea. Hoewel hij Ea zeker in het begin eigenlijk niet spreekt. Als Elias’ moeder overlijdt - en hier zit weer een kronkeling in het verhaal - gaat Elias op straat zwerven. Encke ziet hem, maar spreekt hem niet aan. Hij maakt wel aantekeningen, aan de andere kant van de straat.

Jaren later, wanner Elias inmiddels weer een kamer heeft betrokken, ontvangt hij een dringende brief van Ea. Of hij zo snel mogelijk naar hen toe wil reizen, de professor is stervende. Als Elias aankomt neemt Ea hem mee om de professor te zien. Ze dalen af naar een ijskoude kelder waar Amon op een bed ligt. Hij is te laat. De professor spreekt niet meer. Ea laat hem achter in de kelder.

Elias is niet onbekend met hallucinaties. Soms gebruikt hij daar hulpmiddelen voor, maar de waanzin leidt hem ook gewoon door het leven. Hij beeldt zich in dat hij de professor is: hij schrijft met zijn pen, zit in zijn stoel en projecteert zichzelf volledig in de professor.

Als hij een week bij Ea in huis is, laat ze hem een document lezen waaruit blijkt dat hij slachtoffer was van een experiment, opgezet en uitgevoerd door de professor. Onmiddellijk vervalt hij terug in zijn andere ik, de ik die vertelt over hemzelf. De ik die hem dingen laat doen waarvan je je kunt afvragen of hij ze ook werkelijk deed.

Er worden flashbacks beschreven. Wanneer is zijn moeder echt gestorven? Klopte het wel dat zijn moeder jaren later zijn boek las? Stierf ze – door zijn toedoen – toen hij 14 was, of klopt ook dat niet? En was de professor nou al dood of niet?

“Waanzin was de staat waarin je zelf koos wat waarheid was.”

 


Dank aan de Club van Echte Lezers dat ik deze meesterlijke roman kon lezen.