Een roman die door je hoofd danst, je wilt even afstand nemen, maar de dans gaat door.
Meermaals besloot ik dat ik het boek even weg moest leggen,
maar evenzo vaak las ik weer verder. Voor mij is dit een geniale roman. Het is
het verhaal van Elias, steeds door hemzelf verteld, maar Elias is niet altijd
dezelfde. Hij is een gespleten persoonlijkheid die naar zichzelf kan kijken
alsof hij een ander is.
Elias groeit op met alleen zijn moeder. Wie zijn vader is,
kun je uiteindelijk misschien raden. Het is maar de vraag of dat waar is, zoals
zoveel in dit boek.
Zijn moeder vertelt hem al op jonge leeftijd dat hij het in
zich heeft om te worden zoals zijn grootvader. En dat is precies wat Elias niet
wil. Hij leest een boek van professor Encke en zoekt hem op. Hier ontstaat een
bijzondere band. De professor nodigt hem bij hem thuis uit, het eerste van vele
bezoeken die zullen volgen.
Danswoede, zoals dit in de middeleeuwen bestond, is de leidraad
door het hele boek. Dansen tot je er dood bij neervalt. Het is de waanzin
waarmee Elias zijn eigen verhaal gaat schrijven, aangespoord door Encke.
Elias is onder de indruk van Amon Encke en zijn vrouw Ea.
Hoewel hij Ea zeker in het begin eigenlijk niet spreekt. Als Elias’ moeder
overlijdt - en hier zit weer een kronkeling in het verhaal - gaat Elias op
straat zwerven. Encke ziet hem, maar spreekt hem niet aan. Hij maakt wel
aantekeningen, aan de andere kant van de straat.
Jaren later, wanner Elias inmiddels weer een kamer heeft betrokken,
ontvangt hij een dringende brief van Ea. Of hij zo snel mogelijk naar hen toe wil
reizen, de professor is stervende. Als Elias aankomt neemt Ea hem mee om de
professor te zien. Ze dalen af naar een ijskoude kelder waar Amon op een bed
ligt. Hij is te laat. De professor spreekt niet meer. Ea laat hem achter in de
kelder.
Elias is niet onbekend met hallucinaties. Soms gebruikt hij
daar hulpmiddelen voor, maar de waanzin leidt hem ook gewoon door het leven.
Hij beeldt zich in dat hij de professor is: hij schrijft met zijn pen, zit in
zijn stoel en projecteert zichzelf volledig in de professor.
Als hij een week bij Ea in huis is, laat ze hem een document
lezen waaruit blijkt dat hij slachtoffer was van een experiment, opgezet en
uitgevoerd door de professor. Onmiddellijk vervalt hij terug in zijn andere ik,
de ik die vertelt over hemzelf. De ik die hem dingen laat doen waarvan je je
kunt afvragen of hij ze ook werkelijk deed.
Er worden flashbacks beschreven. Wanneer is zijn moeder echt
gestorven? Klopte het wel dat zijn moeder jaren later zijn boek las? Stierf ze
– door zijn toedoen – toen hij 14 was, of klopt ook dat niet? En was de
professor nou al dood of niet?
“Waanzin was de staat waarin je zelf koos wat waarheid was.”
Dank aan de Club van Echte Lezers dat ik deze meesterlijke roman kon lezen.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten